Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
worden. Inlanders en Europeanen waardeeren den pisang in
gelijke mate. Van de stammen en bladstelen bekomt men nog
een vezelstof voor tapijten en touwen, en de inlanders schrapen
van den onderkant der bladeren een harsachtige stof, waarvan
zij een fijne witte was bereiden. Meer nog heeft deze inzame-
ling plaats bij de wilde pisangs, die in sommige streken van
Java in groote hoeveelheid worden aangetroffen, en welker
vruchten zich vooral daardoor van de gekweekte onderscheiden,
dat zij zaden bevatten.
Nog van een anderen boom, dien wij in het woud niet ge-
vonden hebben, moeten wij met een enkel woord spreken, van
den djati-boom namelijk. Hij groeit wel in het wild, maar dan
verdringt hij alle andere gewassen in zijn nabijheid, zoodat hij
meester blijft van het terrein en alzoo alleenstaande boomgroe-
pen vormt. Daarenboven wordt hij in groote menigte langs
openbare wegen en in geregelde aanplantingen aangetroffen.
De djati-boom is geen vruchtboom; hij wordt gekweekt om
zijn hout, dat hard en glanzig is, en zoowel als timmerhout
als tot brandstof wordt gebezigd. Sommige stammen zijn zoo
hoog en zwaar, dat men er balken van verkrijgt ter lengte van
achttien meters. Vooral voor scheepsbouw is het hout uitmun-
tend. Aan de inlanders worden door het gouvernement bosschen
aangewezen, waarin zij klein hout mogen kappen voor huiselijk
gebruik of tot het vervaardigen en herstellen hunner karren.
De wielen der buffelkarren (pedati's) zijn dikwijls slechts eenigs-
zins afgeronde schijven van een djati-boom. Een groote hoe-
veelheid hout wordt ook tot houtskool gemaakt, die op Java,
inzonderheid in de suikerfabrieken, veel wordt gebezigd.
Deze boom is een gedeelte van het jaar zonder bladeren,
zoodat hij te midden van den bestendigen zomer het beeld van
den winter vertoont.
22. Uit de Javaansche dierenwereld.
Als wij eens van al de groote zoogdieren, die op Java in
't wild leven, één vertegenwoordiger hadden, zouden dezen met