Boekgegevens
Titel: Honderd opstellen ter verbetering: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 505 : 1e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204415
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Honderd opstellen ter verbetering: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
outsteldtenis; doch de prins herstelde gelukkig
en was nog twe jaar den steun van ons vader-
land. Toen viel hij als het offer van de heers-
zucht eens spaansen koning door de handen eens
laaghartigen verraders, die zich zeiven had laten
verlokken door de uitgeloofde prijs: 25000 goude
kronen en een bewijs van edeldom. De boze
wigt heeft echter nooit geen genot van het be-
loofd loon gehad; daar de daad hem zijn leven
gekost heeft; zijne bloedverwandten hebben ech-
ter die prijs des bloeds getrokken.
7.
Die man is niet erg nouwgezet omtrent het
mijn en het dijn zegde mijn vriend. Wat betee-
kent dat? vroeg ik hem. Wel antwoorde hij
dat wilt zeggen, dat hij eenen oneerlijken mensch
is. Zo, zo, maar wat woord is dat dijn? Ik
heb dat woord en spreekwijs al meer gehoort,
maar nimmer goed verstaan omdat ik de bete-
kenis van dat woordtjen niet kon. Wel dat
zegt niet anders als: het uwe. Vroeger beezigde
men in het enkelvoud, in plaats van het perso-
nelijke voornaamwoord gij, du en verbuigde men:
du, dijns, dij, maar dit is in ongebruik geraakt
en nu zegt men zoowel in 't enkel- als meervoud
gij. Ach! nu begrijp ik het. Mogen doch alle
oneerlijke lieden bedenken dat het onveroorloofd^
is een ander zijn goed t' ontvreemen, en dat in
de wet gods gezegd wordt: gij zult niet stelen