Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
de Koolgeicassen: savooije- ea boerekool, koolrapen, spruitkoo!,
bloemkool.
de Saladegewassen: veldsalade, kropsalade, andijvie, kers.
de Bolgewassen: uijen, knoflook.
Tot de kruiden, die tot genezing aangewend wordgn, behooren:
Voor den wortel: de rhabarber, alandswortel, klis, aloë.
Voor de bladen, sttngels en zaden', fenkel, kamille, pepermunt,
duizendguldenkruid, gentiaan, valeriaan, gezegende distel.
Tot de kruiden, die tot specerij dienen, behooren: de koriander,
de anijs, de mosterd, de salie, de komijn.
Tot de kruiden, die tot gebruik in het maatschappelijk leven aan-
gewend worden, behooren: het vlas, de hennep, de tabak, de hop,
de papaver, het raap- en lijnzaad.
Tot de kruiden, die kleurstoffen geven, behooren: de meekrap,
de saffraan, de weede, de verwbrem.
Tot de kruiden, welke als sierplanten dienen, behooren: leliën,
tulpen, geraniums, ranonkels, viooltjes, asters, vergeet-mij-nietjes,
riddersporen, anjelieren.
Tot de kruiden, welke voor den mensch vergiftig zijn , behooren : de
hondspeterselie, de gevlekte schierling, de herfsttijloos , de doornappel,
de belledonna of het doodkruid, de nachtschade, het bilzenkruid.
Heesters zijn gewassen, wier houtachtigen stam zich terstond boven
den grond in takken verdeelt.
Tot de Heesters, welke in ons land groeijen, behooren: de wijn-
stok, de aalbessen, de braambessen, de boschbessen, de roos, de
vlier, de hazelaar, de rosemarijn, de haagdoorn, de sleedoorn.
Tot de Heesters, welke in andere landen groeijen, behooren: de
thee, de peper, de indigo, de vanille.
Boomen zijn gewassen, wier houtachtige stam zich een eind boven
den grond in takken verdeelt.
De boomen worden verdeeld in: loof boomen, naaldhoomen palmen.
Loof hoornen zijn boomen met 6reci/e bladen, die in het najaar afvallen.
De loofboomen worden onderscheiden in : vruchtboomen en boschbocmtn,
Vruchtboomen zijn boomen, wier vruchten of zaden door ons ge-
bruikt worden.
Tot de vruchtboomen van ons land behooren: de appel- pere-
pruime- kerse- perzike- abrikoze- note- en mispelboomen.