Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Bij het zaad onderscheidt men de zaadhuid en de kern.
De zaadhuid is de eigentlijke bedekking van den zaadkorrel.
De kern bestaat uit het kiemwii en den kiem.
Het kiemwit strekt tot voedsel voor het jonge plantje. Het is
melig, zoo als bij de Granen; vleezig, als bij het Viooltje; olieachtig,
als bij de Maankop.
Eenige planten hebben geen kiemwit.
De Kiem bestaat uit: het worteltje, het pluimpje, en de zaadlobben.
Het worteltje is datgene, hetwelk bij de ontkieming nederwaarts in
den wortel en opwaarts in den stengel uitgroeit.
Het pluimpje is de eerste aanvang der stengelbladen.
Zaadlobben zijn min of meer vleezige ligchamen, die het pluimpje
omsluiten, en, even als het kiemwit, tot voeding van het jonge plantje
dienen.
Men onderscheidt de planten ten opzigte der zaadlobben in drie
groote afdeelingen:
1. Planten, die zonder zaadlobben ontkiemen. Hiertoe behooren de
Paddestoelen, Mossen, "Wieren.
2. Planten, kiemende metéén zaadlob, eenlobbige genoemd. Hiertoe
behooren: de Grassen, Leliën, Tulpen, Palmen. Zij hebben in het
algemeen lintvormige bladen met gave randen, en in de deelen van
hare bloemen is het getal drie of een veelvoud daarvan op te merken.
3. Planten, kiemende met twee of meer zaadlobben, tweelobbige
genoemd. Hiertoe behooren de meeste gewassen. Zij ouderscheiden
zich in het algemeen door ronde, netvormig geaderde bladen. In de
deelen van hare bloem is het getal vijf en zijne veelvouden op te merken.
Men onderscheidt de planten ten opzigte van den stengel in Krui-
den, Heesters en Boomen,
Kruiden zijn zulke gewassen, die een meer sappigen dan hout-
achtigen stengel hebben.
Tot de kruiden, die ons tot voedsel verstrekken, rekent men:
de Peulvruchten: erwten, boonen, linzen.
de Wortelgewassen: witte, gele en ronde rapen, rammenas, peter-
selie, selderij, cichorei.