Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
De voet is onraiddelijk aan den stengel verbonden of daaraan door
middel van een steel gehecht. Soms omgeeft het blad den stengel
geheel of gedeeltelijk.
De bladen worden onderscheiden in enkelvoudige en zamengestelde.
Enkelvoudige bladen zijn zulke, waarbij een bladsteel slechts één
bladschijf draagt.
Zamengestelde bladen zijn zulke, waarbij een bladsteel meer dan één
bladschijf draagt.
De voornaamste vormen der enkelvoudige bladen zijn:
Cirkelrond , eivormig , tongvormig , lijnvormig , hartvormig en
maanvormig.
De zamengestelde bladen worden verdeeld in; handvormige en gevimde.
Handvormige bladen zijn zulke, waarbij de bladschijven op den top
van den bladsteel gevestigd zijn. Zij worden onderscheiden in drie-,
vier'f vijf', zeventaltige enz. naarmate het aantal blaadjes is, dat zich
aan den top bevindt.
Gevinde bladen zijn zulke, waarbij de bladschijven langs den blad-
steel geplaatst zijn.
De gevinde bladen zijn oneven of even gevind.
De bladen zijn oneven gevind, als aan den punt één blaadje gevon-
den wordt.
De bladen zijn even gevind, als er aan het einde twee blaadjes zijn.
De bladen dienen om het overtollige water, dat de plant door mid-
del der wortels ontvangen heeft, uit te dampen, en hetgene de plant
uit de lucht tot voeding behoeft, tot zich te nemen.
b. fVERKTVIGEN, WAARDOOR DE PLANT
ZICH VERMENIGVVLDIGT,
bloem.
De bloem is dat gedeelte der plant, waaruit de vrucht te voor-
schijn komt.
Men onderscheidt aan den bloem vier deelen, kransen genoemd.
De vier kransen van eene bloem zijn : de kelk , de bloemkroon,
de meeldraden en de stamper.
De kelk is de buitenste krans en is groen gekleurd.