Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
De houthag ia dat gedeelte, hetwelk op het merg volgt; het neemt
jaarlijks in omvang toe.
De bast omgeeft het hout en bestaat uit digt aaneengevoegde vezels.
De schors is het buitenste omkleedsel van den stam.
Bij jonge takken is de schors nog met een dun vlies overtogen j
dit vlies heet opptrhuid,
Tusschen het hout en de bast bevindt zich een ligter en zachter
hout, dat allengs tot de gewone houtlaag overgaat en spint heet.
Van het merg loopen door het hout üaar de bast streepen , die
den naam van mergstralen dragen.
Jaarringen zijn de zigtbare nieuwe houtlagen , die jearlijks aan den
stam worden toegevoegd.
Sommige gewassen, zoo als de grassoorten en palmen, missen het merg
en de verdere inwendige deelen van den stam.
De stam dient om het voedsel, dat door den wortel uit den grond
getrokken is , naar de overige deeleu van het gewas te brengen.
bladen.
Bladen zijn zijdelingsche uitbreidiDgen der stengels of takken.
De bladen zijn meestal plat, groen van kleur, en vallen gewoonlijk
jaarlijks af. Bij sommige gewassen, zoo als bij de pijnboomen, geschiedt
het afvallen niet gelijktijdig ; deze worden altijd groene genoemd.
Men onderscheidt bij de bladen: de punt, de bladschijf ^ den rand
en den voet.
De punt is het bovenste deel van het blad. Zij is spits , stomp ,
afgeknot of gepunt.
Dc bladschijf is de uitgebreidheid van het blad zelf j zij bestaat uit:
het geraamte , )^^^bladmoes en de opperhuid.
Het geraamte bestaat uit verschillende neiven of aderen.
Het bladmoes is hetgeen de ruimte tusschen de nerven opvult, en
de opperhuid bedekt het geraamte en de nerven. De opperhuid wordt
onderscheiden in boven- en ondervlakte. De ondervlakte is doorgaans
lichteif gekleurd.
De rand is de grens van het blad. Hij is gaaf, als hij niet verdeeld
is; getandy als hij met kleine insnijdingen voorzien is, of gelobd als
die insnijdingen groot zijn.
De voet is het onderste deel van het blad.