Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
klasse der gekorvene dieren of insecten.
Insecten hebben een ligchaam, dat uit ringen bestaat en pooten
die uit gelediugen zijn zamengesteld.
Men onderscheidt aan het ligchaam der insecten drie deelen: de
kop, het borststuk, en het achterlijf.
De kop draagt gewoonlijk voelsprieten, oog en en kaauwuerktuigen.
Aan het borststuk zijn pooien en dikwijls vleugels gehecht.
Het achterlijf draagt soms bijpooten.
Voelsprieten zijn draden, die ter zijde van den kop en digt bij de
oogen liggen. Zij zijn twee in getal en dienen tot een fijn voelen
en tot bescherming der oogen.
De oogen zijn enkelvoudig of zamengesteld.
De enkelvoudige oogen liggen als punten vooraan op den kop. Zij
zijn doorgaans drie in getal. Sommige insecten hebben geene enkel-
voudige oogen, zoo als de Dagvlinders en de meeste Kevers.
De zamengestelde oogen zijn onbewegelijk aan weerszijde van den
kop geplaatst cn in soms duizende zeshoekige vakjes verdeeld. De
insecten hebben twee zamengestelde oogen.
De kaauwwerktuigen der insecten zijn naast ,elkander gelegen en
van binnen met scherpe punten als tanden voorzien. De insecten,
welke zich met vloeibare spijzen voeden, hebben in plaats van ka-
ken, zuigers of slurpen.
De pooten der insecten zijn gewoonlijk zes in getal. Eenige, zoo als
de Duizendpoot, hebben aan alle ringen van het ligchaam pooten.
De meeste insecten hebben vier vleugels; eenige, zoo als de Vlie-
gen en Muggen twee, enkele hebben geene vleugels.
De vleugels zijn doorschijnend of ondoorschijnend. De ondoorschij-
nende zijn dikwijls fraai gekleurd. *
De insecten halen adem door buizen, luchtbuizen genoemd, van
welke de twee voornaamste ter weerzijde van het ligchaam loopen.
De insecten worden verdeeld in twee hoofdafdeelingen als: de
duizendpootige en de zespootige insecten»
De duizendpootige hebben een ligchaam, dat uit eene menigte
ringen beslaat, van welk elk een of twee paar pooten heeft. Zij leven
onder den grond of onder boomschors.