Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
lucht naar buiten en wordt oogenbükkelijk in
de ruimte weggevoerd.
Onze borst werkt dus als een blaasbalg.
Wijl de zuurstof het bloed in de longen
zuivert, zeggen wij, dat wij door/on^en ademen.
Vele dieren ademen ook door longen; van an-
dere zeggen wij, dat zij door kieuwen ademen,
wijl het bloed bij hen in de kieuwen door de
zuurstof gezuiverd wordt. Denk hier aan de
visschen. In het water is altijd lucht; met
het water gaat die onder het zwemmen in de
mondopening. Het water loopt door de kron-
kelpaden der vliezige kieuwen weer uit het
hchaam van den visch en inmiddels heeft de
zuurstof van de lucht, die in het water was,
zich met het bloed verbonden. Van tijd tot
tijd ziet men een visch echter boven water
komen om lucht te happen.
Bij de insecten geschiedt de ademhahng door
buisjes, welke door bijna het geheele lichaam
zijn verspreid. In deze buisjes komt het bloed
in aanraking met de zuurstof der lucht en
wordt gezuiverd. Men zegt dan ook van deze
dieren, dat zij door luchtbuizen ademen.
Waterdieren, die een winterslaap hebben,
ademen gedurende dien tijd maar zeer weinig.
Daarom is de bloedsomloop en ook de spijs-
vertering trager. Bij sommige hunner, b.v. de
kikvorschen, dringt de benoodigde lucht dan
door de huid naar binnen.