Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
218
Eénzaadlobbigen.
1. De lelieacliligen zijn kruidachtige bolgewassen. Som-
mige hebben een wortelstok. Alle hebben enkelvoudige,
zittende bladen. Het bloemdek bestaat uit drie bloem-
kroonachtige kelkbladen en uit drie bloemkroonbladen.
Zij hebben zes meeldraden en één stamper.
2. De Standelkruideu zijn kruiden. De bloemen munten
uit door kleurenpracht en zonderlingen vorm. Zij hebben
een zesbladig bloemdek. De zes bladen zijn ongelijk;
één er van is lipvormig en wel eens gespoord. De meel-
draad is met den stamper vereenigd.
3. Do Palmen zijn hooge boomen zonder takken,
maar met een groote menigte, tot een bos vereenigde, bladen.
Meeldraad- en stamperbloemen zijn op dezelfde of verschil-
lende planten (één- of tweehuizig). Zij groeien in warme
landen.
4. Cypergrassen zijn overblijvende grasachtige gewas-
sen ; hun stengel is driekantig, niet knoopig of hol en
draagt lijn-lancetvormige bladen. De bloemen bestaan
uit een dekblad en uit een kruikvormig bloemhulsel met
meeldraden of stamper.
5. Grassen hebben veel bijwortels en een knoopigen halm,
welke hol is. De bladen hebben gewoonlijk eene lange ,
meestal gespleten scheede, met tongetje. Het bloemdek
bestaat uit drie schubbetjes. Iedere bloem is omgeven
door twee schutblaadjes (kroonkaf jes) waarvan het buitenste
lager is ingeplant en dikwqls eene naald (kafnaald) draagt.
De bloemen staan in aartjes vereenigd. Deze aartjes vor-
men samen eene aar of pluim.
B. Planten zonder bloemen.
I. Met bladen.
De sporeplanten met bladen hebben een stengel mot
goed gevormde bladen.
1. Varens zijn kruiden zonder bovenaardschen stengel.
De bladen zijn meestal gevind en komen uit den wortel-