Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
210
om de overtollige sappen, die de plant door de wortels
ontvangen heeft, uit te dampen.
Deelen van het blad zijn: de steelqh schijf. Verder :
de topf de rand, de voet, de nerven, de aderen en het bladmoes.
Do bladen zijn vleezig, lederachtig of vliezig.
De bladen zijn rond, eivormig , langwerpig , schild-, pijl-,
spiesvormig, enz.
Zij zijn enkelvoudig of samengesteld, al naar dat zich één
of meer blaadjes aan een enkelen bladsteel bevinden.
Opmerking. Sommige stengels vertoonen uitsteeksels ,
welke men den naam van stekels of doornen geeft.
De stekels komen uit het buitenste omkleedsel
van de plant en kunnen zonder moeite afgebroken
worden. De doornen zijn innig met don stengel ver-
bonden.
Sommige bladeren en stengels zijn met fijne ste-
kels bezet, brandbaren genoemd; b. v. bij do brand-
netels. Het zijn holle buisjes, welker spits bij aan-
raking in de huid dringt. Tezelfder tijd dringt, ten
gevolge van de drukking, het bijtend vocht, dat
zich in deze fijne buisjes bevindt, in de wonde.
Bloem. De bloemen zijn volkomen en onvolkomen.
De volkomen bloemen bestaan uit vier kransen en heb-
ben , van buiten naar binnen geteld, kelk, bloemkroon, meel-
draden , stampers.
Onvolkomen bloemen missen een of meer dezer kransen.
Kelk en bloemkroon bestaan uit één of meer blaadjes.
De kelk is gewoonlijk groen gekleurd, de bloemkroon
geeft de kleur aan de bloem.
De bloemen staan alleen of met meerdere bij elkaar.
In het laatste geval vormen zij een aar, een tros, een
pluim, een scherm, een hoofdje, een korfje, enz. De bloei-
wijze der wilgen en andere heet katje.
Men heeft droge en vleezige vruchten.
Droge vruchten zijn: de graanvrucht, dopvrucht, zaad-
doos en peulvrucht.
Vleezige vruchten zijn : de steen-, pit- en besvrucht.