Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
206
(Ie krokodillen: Nljlkrokodil, Gangeskrokodil, alligator.
de hagedissen: tuinkagedis, groene hagedis, kameleon, vlie-
gende draak.
de slangen: (vergiftige) ratelslang, brilslang, adder.
(niet vergiftige) reuzenslang.
Tweeslachtige dieren.
Deze leven in het water of op vochtige plaatsen, voeden
zich met insecten en wormen, hebben gedaanteverwisseling
en houden winterslaap, (in warme landen zomcrslaap.)
Tot de t-vveeslaclitige dieren behooren: kikvorsch, pad-,
salamander.
Visschen.
Zij leven in het water. Zij bewonen de zeeën , meren
en rivieren van alle landen, voeden zich meestal met
andere dieren en zijn een belangrijk voedingsmiddel voor
den mensch.
Tot do visschen behooren:
De beenvissclicn : baars, stekelbaars, zwaardoisch; snoek,
vliegende visch , zalm , haring , karper , goudcisch , schelcisch ,
kabeljauw , schol, tong , aal, sidderaal.
De kraiikbeeuige: steur, haai, zaag visch , sidderrog.
B.
Gelede dieren.
De Insecten.
Men onderscheidt aan do insecten drie deelen: kop,
horststuk en achterlijf.
Zij hebben twee voelsprieten ter zijde van den kop. Deze
dienen tot üjn voelen en tot bescherming der oogen.
Zij hebben drie paar pooten aau het borststuk.