Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
203
A.
Gewervelde dieren.
Viervoetige dieren.
Deze zijn: ti. Iloefdlerenh. Klauwdieren q, Vinpootige dieren,
naar gelang do teenen door een hoef zijn omsloten, of
van een klauw voorzien, of door eene dikke huid aan
elkander verbonden en als vinnen dienst kunnen doen.
JToefdieven, 1. Eenhoevige. De ééne teen is aan het
einde door een hoef omgeven. Het zijn groote, sterk
gebouwde, kort behaarde dieren. Zij leven troepegewijze
in de steppen van Azië, Afrika en verwilderd ook in Zuid-
Amerika. Zij voeden zich met plantenstoöen. Tot de
eenhoevige behooren twee onzer nuttigste huisdieren: het
paard en de ezel. Verder nog do zebra in Zuid-Afrika.
2. T'ceehoevige. (Herkauwende.) Aan eiken poot zijn
twee teenen , ieder door een hoef omgeven. Deze dieren
zijn sterk gebouwd , kort behaard. Bijna alle dragen
blijvende hoornen, of een gewei, dat ieder jaar afvalt. Zij
leven troepsgowijze in het wild, voeden zich met planten
en herkauwen hun voedsel. Om hun vleesch en hunne
hnid behooren zij tot de nuttigste dieren. Eenige zijn
als huisdieren onontbeerlijk. De voornaamste zijn: het
rund, het schaap, de geit, de gems ; — het hert, het ren-
dier ; — do kameel (2 bulten), de dromedaris (1 bult) en
de lama.
3. Veelhoevige. (Dikhuidige.) De pooten hebben 3 — 5
teenen, van hoeven voorzien. Hunne huid is dik, soms
hoornachtig en weinig behaard. Zij bezitten grootere of
kleinere slagtanden. De dikhuiden leven voornamelijk in
de warme landen en voeden zich meestal met planten.
Eenipe zijn als huisdieren nuttig, andere richten groote
schade aan. Hiertoe behooren de grootste landdieren : De
Indische en Afrikaansche olifant, de neushoorn, het rivierpaard.
Verder het zwijn.