Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
202
Hoofdafdeelingen.
Men rangschikt de dieren in vijf hoofdafdeelingen, n. 1.
Gewermlde dieren , Gelede dieren , JTormen , Weekdieren en
Straaldieren.
A. De Gewervelde dieren hebben een rnggegraat; de
overige niet.
De rnggegraat bestaat uit verschillende beenderen,
wervels genoemd; vandaar de naam gewervelde dieren.
De gewervelde dieren hebben alle rood bloed, dat
warm of koud is.
Opmerking, Als wij zeggen, dat sommige dieren koud
bloed hebben, bedoelen wij , dat de warmte van hun
bloed zeer gering en niet altijd dezelfde is. Zij is
meerder of minder, naar gelang van de meerdere of
mindere warmte der stof, waarin zij zich bevinden. —
Dieren met koud bloed zijn ook koud op het gevoel.
Bij de warmbloedige dieren hangt de bloedwarmte
niet af van de stof, waarin zij zich bevinden.
B. De Gelede dieren hebben een hoornachtig of kalk-
achtig omkleedsel. Hun lichaam bestaat uit vele leden;
ook de pooten en sprieten zijn geleed. Vandaar de naam
gelede dieren. Het bloed is kleurloos en koud.
C. De Wormen hebben een lang en rolrond of plat
lichaam, dat uit verscheidene ringen bestaat. Zij hebben
eene zachte huid, koud en meestal kleurloos bloed. Eigen-
lijke pooten ontbreken.
D. De "Weekdieren hebben een ongeleed lichaam, zijn
met eene zachte, slijmige huid omgeven en gewoonlijk in
schelpen of schalen besloten. Het bloed is koud en
kleurloos.
E. De Straaldiei'eii hebben den vorm eener ster of
bloem en missen een wezenlijk hoofd. Bij eenige is de
huid kalk- en leerachtig en met stekels bezet, bij andere
is zij zacht. Het bloed is koud en kleurloos.
K