Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
193
41. Het Leven.
1. Tijdperken. Men verdeelt het jaar in vier
tijdperken van drie maanden, welke men jaarge-
tijden noemt, nl. lente, zomer, herfst en winter.
In de lente ontwaakt de natuur tot een frisch
en krachtig leven. Zij is de bloei- en groeitijd
van het jaar. De zomer is de tijd van den
vollen wasdom. In den herfst verzamelt men
de vruchten en de winter is de rusttijd voor
de aarde; dan schijnt de natuur dood.
Ook 's menschen leven heeft zijn lente, zomer,
herfst en winter.
De jeugd is de lente zijns levens. Zij is de
groei- en bloeitijd voor den mensch. Het lichaam
neemt gedurende de jaren der jeugd toe in
grootte en kracht en de geestvermogens ont-
wikkelen langzamerhand. Omstreeks het S.")«'»
levensjaar is de mensch volwassen en heelt
hij zijn zomer bereikt, welke tot het 55"® jaar
voortduurt. Het is de tijd der mannelijke
kracht en werkzaamheid. Dan volgt zijn herfst,
dat is de overgang tot den ouderdom. Het
lichaam verhest langzamerhand zijne krachten.
De gang is niet meer zoo veerkrachtig als voor-
heen, rimpels vertoonen zich op het voorhoofd,
de haren beginnen grijs te worden. Ook
's menschen geestvermogens zijn niet meer zoo
werkzaam, zoo levendig en frisch; het geheu-
B. N. 13