Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
182
38. De Mensch, de Koning der Schepping.
De mensch werd geschapen, om koning te
zijn. God sprak: «Hij gebiede aan de visschen
der zee, aan de vogelen des hemels, aan de
dieren, die zich op aarde bewegen." Vóór dat
Adam tegen God opstond, oefende hij vreed-
zaam zijne heerschappij uit over de gansche
natuur. De zonde heeft de macht van den
mensch over de dieren verminderd. God strafte
hem, doch het hem de volle uitoefening zijner
macht op de huisdieren. Het schaap laat zich
rustig scheren, de zijworm spint voor hem de
kostbare zijde, de bij verschaft hem honing,
de hond bewaakt zijn huis, het paard beploegt
zijne akkers en vervoert zijne lasten. "Wat de
wilde dieren betreft, hij kan ze temmen of on-
schadelijk maken en aldus eenig nut van hen
trekken.
De mensch is het schoonste van alle zicht-
bare schepselen.
Alles in den mensch toont zijn voorrang
boven de andere levende schepselen. Terwijl
de dieren, naar de aarde gebogen, slechts de
aarde aanschouwen, gaat de mensch rechtop.
Zijne oogen aanschouwen den Hemel, voor
welken hij gemaakt is, en de geheele natuur,
die voor hem is geschapen. Zijne ooren van-
gen ieder geluid op; zijn mond is de zetel van