Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
ten deele zuigende of likkende monddeelen. De
bovenkaken worden gebruikt om te bijten. De
tong is onder van haartjes voorzien. Hiermede
hkt zij den honing uit de bloemen. De bij
heeft vier vleugels en drie paar pooten, welke
achtereenvolgens 6, 7 en li m^M. lang zijn.
De bijen leven gezellig in zwermen bij elkaar
en gehoorzamen aan eene koningin, zoodat zij
een rijk of eene stad schijnen te vormen, waar
alles goed geregeld is. Iedere bij kent hare
taak en verricht haar werk onvermoeid, want
de bijen zijn een nijver volkje.
Sedert onheuglijke tijden heeft zich de mensch
de bijen aangetrokken en voor haar korven ge-
vlochten , waarin zij hare schatten opstapelen.
In iederen bijenkorf komen 3 soorten van bijen
voor: de koningin, de luerkbijen en de darren of
hommels. Het eenige werk der koningin bestaat
in eieren te leggen in de cellen van was, die
'door de werkbijen gemaakt worden. De hom-
mels zijn echte luiaards. Zij werken niet en
eten veel, waarom zij ook slechts eenigen tijd
in den korf geduld woorden en al spoedig door
de werkbijen worden verdreven of gedood. Al
het werk in de bijenstad wordt door de werk-
bijen verricht.
Eenige bouwen cellen, andere halen het
stuifmeel der bloemen, nog andere maken den
kostelijken honing. Deze bewaken den ingang