Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
de bovenkaak twee holle tanden, waardoor zij
de giftige vloeistof in de gemaakte wonden uit-
storten. Naar beheven kan de slang deze tan-
den in eene huidplooi verbergen. Indien zij
ze verüest, worden zij door de twee volgende
tanden vervangen, welke eerst dan die giftige
sappen doorlaten. Van haar eersten levensdag
bezit de slang dit doodelijk vergif. Het wordt
afgescheiden uit kheren, welke boven in den
kop hggen.
De slang is een zeer lenig dier. Zij kan in
de hoogste boomen klimmen. Hare spierkracht
is zoo groot, dat zij het voorste derde deel van
haar lichaam loodrecht kan oprichten. Zij werpt
zich met woede op de prooi, die zij wil be-
machtigen, en bijt eenige keeren achterelkaar.
Het uitgestorte gif begint weldra zijne vreese-
lijke werking. Het bloed van het slachtoffer
stolt, het hchaam verliest plotsehng zijne kracht,
de gewonde wordt bewusteloos en is dus aan
den vijand overgeleverd.
Nimmer raakt de slang een dood dier aan;
zij vershndt enkel, wat zij zelve gedood heeft.
Haar hchaam is zoo rekbaar, dat zij dieren,
die merkelijk dikker zijn dan haar hchaam,
geheel kan doorhalen. De grootste slangen
vershnden op die wijze jonge runderen. Na
het gebruiken van zulk een maaltijd is iedere
beweging voor de slang moeilijk; wordt zij in