Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
32. De Kruipende en Tweeslachtige Dieren.
De dieren, welke onder deze namen woi'den
saamgevat, zijn bij de menschen niet zeer
bemind. De meeste hunner hebben een on-
aangenaam en terugstootend uiterlijk. Hun
lichaam is koud op het gevoel, zoodat men de
hand terugtrekt, wanneer men het bij toeval
aanraakt. Enkele hebben bevallige bewegin-
gen, maai- verreweg het grootste getal sluipt,
schiet pijlsnel weg of beweegt zich traag. Over
het algemeen zijn het stompzinnige dieren. Zij
bewonen veelal duistere schuilhoeken.
Nu eens verschrikken zij den eenzamen wan-
delaar, door plotsehng voor den dag te sprin-
gen , of door hun heesch geluid en afzichtelijk
voorkomen, dan weder drijven eenige hem op
de vlucht door de vrees voor hun snel doodend
vergif. Dit is de oorzaak waarom de krui-
pende dieren meestal met afkeer of afschrik
beschouwd worden. De slang moge door schoone
kleuren en lenigheid uitmunten, iedereen vliedt
voor het listige dier, dat in 't verborgen zijne
prooi beloert, zich schuifelend voortbeweegt en
den giftigen muil vreeselijk openspert.
Tot de kruipende dieren behooren: schild-
padden , krokodillen, hagedissen , en slangen;
tot de tweeslachtige dieren : kikvorschen , pad-
de)i en salamanders. De drie laatste soorten.