Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
28. De Vogels.
In het rijk der visschen kunnen wij moeihjk
doordringen. Wij kunnen daarom hun leven
niet in het bijzonder nagaan; 't is een wereld
vol geheimen. — De ruimte boven aarde en
zee, de lucht, waarin God de vogels schiep,
is ons beter bekend.
Is de visch geheel tot zwemmen ingericht,
de vogel is geschapen, om te vliegen. Welk
eene kracht is er in den vleugelslag van den
arend, die uit eene hoogte van 8000 meter in
weinige minuten tot aan den spiegel der zee
afdaalt.
Om met zulk eene verbazende snelheid de
lucht te doorklieven, voorzag God hem van
vleugels, die in betrekking tot het overige van
zijn lichaam zeer groot zijn. De lammergier
heeft zelfs eene vlucht van 3 meter. Ook de
kleinere vogels vUegen ongemeen snel. Denk
eens aan de postduiven! —
Het lichaam der vogelen is Hcht. De been-
deren zijn hol en kunnen met lucht gevuld
worden, die door de warmte des lichaams hchter
wordt dan de buitenlucht. Bij vogels, die lang
achtereen groote afstanden moeten afleggen, is
zelfs de schedel gedeeltelijk hol. Het geheele
lichaam is met vederen gedekt. De kop is klein
en vrij spits, zoodat zij de lucht gemakkelijker
kunnen doorklieven.