Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
De vulkanen en warme bronnen zijn hiervan
het beste bewijs.
Een onzer voornaamste warmtebronnen is
het'[vuur. Het geeft groote hitte; wij kunnen
geen minuut onze hand in eene vlam houden.
En wat zijn onze vuren bij den gloed der zon,
die God op de vierden Scheppingsdag schiep,
en die sinds onze aarde verwarmt.
In den winter staat de zon dichter bij de
aarde dan des zomers. Toch is het 's winters
niet zoo warm als 's zomers, wijl de stralen in
zeer schuine richting de oppervlakte der aarde
bereiken en haar slechts weinige uren achter-
een verwarmen.
Alle lichamen^ hetzij wij ze warm of koud
noemen, stralen warmte uit, dat is: geven
warmte af. Wij worden dit vooral gewaar bij
het vuur en bij de zon. "Wij spreken daarom
ook altijd van zonnestralen. Wij zeggen , dat
eene gloeiende kachel straalt.
Een hchaam, dat de warmtestralen ontvangt,
laat ze door, houdt ze vast, of kaatst ze terug.
Twee lichamen, die niet even warm zijn en
elkander aanraken, worden langzamerhand even
warm. Het eene krijgt meer, het andere min-
der warmte, dan het eerst bezat. Hier wordt
geen warmte uitgestraald, maar voortgeleid.
Alle lichamen bezitten de eigenschap, om de
warmte te geleiden, in meerdere of mindere