Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
andere wolken gezien wordt, als eene lange straal.
Die straal heet bliksemstraal. Soms ziet men zulk een'
straal wel tusschen eene wolk en de aarde. Hij ver-
toont zich een oogenblik eu verspreidt een oogverblin-
dend licht. De lucht, waardoor die vonk heen schiet,
moet voor een oogenblik wijken, maar valt dadelijk
achter de vonk weêr digt. Dit digtvallen der lucht
veroorzaakt een sterk geluid. Het is de donder.
Verbreidde zich het geluid even snel als het licht,
dan zouden bliksem en donder te gelijk door ons waar-
genomen worden, omdat ze zich gelijktijdig voordoen.
Het licht echter wordt dadelijk gezien, terwijl het ge-
luid achter blijft. Gewoonlijk duurt dit achterblijven
eenige seconden,
Hoe langer tijd er verloopt tusschen licht en- slag,
hoe verder de onweersbui van ons verwijderd is, en
hoe minder gevaar men heeft te vreezen.
Dat er bij een ouweder werkelijk gevaar bestaat,
bewijzen de ongelukken, die dikwijls door het inslaan
van den bliksem plaats hebben.
Ter voorkoming van die ongelukkeu heeft men een
middel bedacht. Men plaatst eene metalen stang op
zekere hoogte boven het hoogste punt van een huis
of een' toren. Een metaal- of koperdraad wordt daar-
mee in aanraking gebragt en langs het huis heen in
den grond geleid. Slaat nu de bliksem in, dan gaat
Derde druk. 6