Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
dag gewaar, omdat de zon in den zomer op dien tijd van
den dag te hoog staat, 'sMorgens bij den opgangen
avonds bij den ondergang der zon heeft hij den groot-
sten omvang. In het eerste geval zien wij he.n in het
westen, in het laatste in het oosten aan den hemel staan.

§<raalbreliing.
Even als het geluid terugkaatst en de echo doet hoo-
ren, zoo kaatst ook het licht terug en doet ons ons
eigen beeld achter den spiegel waarnemen.
Behalve dat het licht terugkaatst, heeft het nog eene
andere eigenschap. Het dringt door alle doorschijnende
stoffen voor het grootste gedeelte heen.
Maar is nu de eene slof digter dan de andere,
dan wijken de lichtstralen, terwijl ze door die digtere
stof voortgaan, van den gewonen we^ af, ze worden
naar beneden gebogen. Dit heet men siraalbreMng,
want de stralen worden aU gebroken.
Houdt men een' stok in eene schuine rigting voor
een gedeelte in het water, dan zal hij gebroken schij-
nen. De stok is dan niet gebroken , maar de licht-
stralen, die van den stok in ons oog komen, worden
gebroken , door dat ze eerst door het water en daarna
door de lucht gaan.