Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
schaduwen groot; vallen zij loodregt, dan hebben de
ligchamen weinig of geen schaduw.
Houdt men een driehoekig glas, prisma, voor eene
kleine opening van een donker gemaakt vertrek, en
laat men daardoor een' liaitstraal gaan, dan zal men
op den tegenovergestelden wand een schoon gekleurde
streep zien, en daarin zeven kleuren onderscheiden.
Ze zijn: rood^ oranje y geel, groen, llaauw, donker-
llaamo en paarsch of violet. Uit deze zeven kleuren
is het zonnelicht zimengesteld; zijn die kleuren ver-
eeni^d, dan is de lichtstraal wit.
Een ligchaam vertoont zich rood aan ons oog, wan-
neer het alleen de roode kleur terugkaatst en de an-
dere kleuren opneemt. Zwart vertoont zich een lig-
cliaam wanneer geene enkele, en wit wanneer alle kleu-
ren teruggekaatst worden.
De zeven genoemde kleuren vertoonen zich fraai in
den regenboog, die wij dan waar kunnen nemen, wan-
neer wij ons tusschen de zon, en eene wolk, waaruit
het regent, bevinden.
In de nedervallende regendroppelen worden de witte
zonnestralen gebroken en zoodanig verdeeld, dat ze ge-
kleurd terug kaatsen,
Is de regenwolk zeer groot, dan is dit ook het ge-
val met den regenboog, en is zij klein, dan zien wij
ook maar een gedeelte van den regenboog.
In den winter alleen worden wij hem midden op den