Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
de punt vast in de tafel, en trek ik den knop dan met
den nagel wat naar eene zijde, dan zal die speld, als
ik ze los laat, snel heen en weêr trillen, en geluid
geven. Ook eene sterk gespannen koord geeft geluid,
als ze in eene trillende beweging is. De klok trilt bij
het slaan. Is de klok gebarsten of in de sneeuw met
sneeuw bedekt, dan kan ze niet zoo vrij trillen, dan
is het gt'luid doffer.
Is nu zulk een ligchaam in trilling, dan deelt het
die trilling aan de lucht mede. De lucht omringt ons
van alle kanten. Overal, in de kamer, in den kelder,
op zolder, in eene ledige flesch, tusschen de zandkor-
rels in den grond, op al die plaatsen is lucht.
Trilt nu eenig voorwerp, dan neemt de lucht die
trillingen over, al verder en verder gaan ze voort en
komen in ons oor. Daardoor kannen wij een geluid
waarnemen , dat ver van ons ontstaat. Maar ook de
muur, de deur, de ramen en andere voorwerpen ne-
men die trillingen over, zoodat we in een besloten ver-
trek kunnen hooren, wat buiten de kamer plaats heeft.
Ons oor heeft God zoo geschapen, dat wij veel ge-
luid kunnen opvangen. De oorschelpen , aan de zijden
van het hoofd geplaatst, leiden door hunne bogten het
opgevangen geluid naar het binnenste van het oor. Ons
oor, dat zeer kunstig is zamengesteld, neemt het ge-
luid op, en zoo krijgen wij kennis van de geluiden,
die rondom ons ontslaan.