Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
is een luchtledig, dat is eene ruimte, waarin geene
lucht aanwezig is. Bij toenemende warmte zet het kwik
uit en stijgt in het pijpje op. Neemt de warmte af,
dan daalt het kwik weêr. Zoo men de warme hand
aan het bolletje houdt, kan men dadelijk het kwik zien
rijzen.
Nevens het pijpje heeft men eene maat gevoegd,
die men Behaal noemt. Daarop staan nommers aange-
teekend, die te kennen geven tot hoeveel gradeu het
kwik geklommen is en hoeveel gradtit warmte de ther-
mometer teekent.
Drie geleerde mannen hebben ieder eene verschil-
lende schaal gemaakt. Ze waren Fahrenheit, Kéau-
mur en Cebius. Wij gebruiken meestal de schaal vau
Fahrenheit. Op de hoogte, waar het kwik staat, als
het water begint te vriezen, staat 82, en op de plaats,
waar het kwik staat, als de thermometer in kokend
water gedompeld wordt, staat 212. Van het vriespunt
tot het kookpunt telt men dus 180 graden.
Op de schaal van Reaumur staat op het vriespunt
O, en op het kookpunt 8U graden. Celsius verdeelt
den afstand van het vriespunt tot het kookpunt in 100
graden. Hij zet ook O op het vriespunt van water.
De gewone warmte van ons ligchaam, bloedwarmte
genoemd, is 99 graden Fahrenheit. De beste kamer-
warmte is van 56 tot 60 graden Fahrenheit. De gewono
warmte van een kelder is winter en zomer 50 graden
Berde druk^ 5