Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
laatste ligchaam deelt aan het eerste zooveel warmte
mede, dat beiden evenveel bezitten , en er evenwigt is.
Vat men een stuk ijzer aan, dat minder warmte heeft
dan de hand, die het aanraakt, dan gaat er van de
warmte van de hand in het ijzer over.
De hand wordt daardoor van warmte beroofd, en
dit veroorzaakt een gevoel van koude.'
Eveneens gaat het, als men een ligchaam aanraakt,
dat warmer is dan de hand. Deze ontvangt dan warmte
en daardoor ondervindt men een gevoel van warmte.
De koude doet de ligehamen inkrimpen; maar er
zijn stoffen, die hierop eenige uitzondering maken, bijv.
het water. Verliest dit veel warmte, dan krimpt het
eerst in, daarna zet het zich uit, en eindelijk houdt
het op vloeibaar te zijn, en het water wordt een vast
ligchaam, namelijk ijs.
Die verandering van water tot een vast ligchaam
noemt men bevriezen, waarbij men het opmerkelijke
verschijnsel waarneemt, dat de ijsklomp eene grootere
plaats inneemt dan het water, waaruit hij ontstaan is.
Eene flesch vol water springt daarom uit een, wanneer
de watermassa tot ijs bevriest, en zelfs ijzeren voor-
werpen , waarin het water bevroren is, barsten.
Er zijn vloeistoffen, die maar weinig warmte be-
hoeven te verliezen, om te bevriezen of te stollen,
bijv.: vet en boter.
Zoo men eene flesch met bevroren wijn in een emmer