Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
dat ze damp afgeven, 's Zomers hangt er wel damp
boven de slooten. Ook onze adem is menigmaal als
damp zigtbaar.
Schiet ik een' knikker tegen een' anderen aan, dan
zal ook de tweede wegrollen. Gooi ik een' steen in
de hoogte, dan valt die weer neer. Iets dat men in
beweging brengt, beweegt zich soms een' geruiraen tijd,
bijv. de slinger; ook een schijfje op een pennetje, dat
men met kracht omdraait. De tol, dien men opgezet
heeft, kan ook een' geruimen tijd draaijen.
Geregeld wisselen dag en nacht, lente en zomer,
herfst en winter elkander af. lederen morgen zien wij
het licht in het oosten te voorschijn komen, en
's avonds in het westen verdwijnen. Ook is de lengte
van eiken dag bekend.
Is het koud, dan bevriest het water; het wordt
hard; koud vet stolt; onze leden worden stijf door de
koude. Boomen, struiken, bloemen en gras, alles heeft
zijn' groei verloren, als het streng koud is. — De
warmte doet de metalen smelten, het ijs ontdooijen,
het hout en de kleêren uitdroogen.' De lentezon brengt
nieuw leven in de natuur, de warmte doet blaadjes en
bloemen te voorschijn komen, en bekleedt alles met
een heerlijk groen.
Steek ik de kaars aan, dan blijft ze branden tot
al het vet verteerd is; door eene sigaar te rooken,
blijft er maar wat asch over, terwijl de andere deelen