Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
gen stofregen, zijn ze zeer groot, clan heet hij plasre-
gen. Hafjp.lsteenen zijn regendroppels, die in de lucht
bevriezen. Somtijds kuinien zij eene aanmerkelijke grootte
bereiken, en wel eens groote verwoestingen aanrigten.
Gelukkig, dat hagelbuijen gewoonlijk kort duren en zich
maar over eene kleine uitgestrektheid gronds uitstrek-
ken. Meestal gaat met den hagel ook onweer ge-
paard.
De daim ontstaat door dat de ligchamen de warmte,
die zij op den dag verkregen , 's avonds weêr verliezen.
Door die afkoeling verdigten zij de waterdampen , die
zich in de nabijheid, bevinden, en deze hechten zich
d^n als droppels op die voorwerpen. Die ligchamen ,
welke het spoedigst en het meest afkoelen, zijn dan
ook het eerst en meest met dauw bedekt. Gras is
daarom meer bedauwd dan de zandgrond, en de bla-
deren der boomen veel meer dan eenig metaal.
Als de hemel bewolkt is, dauwt het niet, evenmin
bij sterken wind. Bevriest de dauw, dan noemt men
hem f'ijp,
IJzel ontstaat, wanneer de grond zoo koud is, dat
de vallende regendroppelen daarop terstond na het ne-
dervallen bevriezen. Bij den aanvang van dooi weder
ijzelt het dikwijls. Sneeuio is damp, die in de lucht
bevriest. Somtijds valt zij in kleine vlokken op de
aarde, die, als men ze opvangt, de schoonste figuren
vertoonen. Is de sneeuw vochtig, dan hechten zich