Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
ligcliaam eene groote snelheid heeft, en uwe handen
oC vingers geducht zou kunnen bezeeren. Ook moet ge
voorzigtig zijn met springen. Wilt ge van eene te
groote hoogte afspringen, dan is de sprong zeer gevaar-
lijk, vooral als ge op een' harden grond nederkomt.
Hangt men een' bal aan een draadje op , zoodat de
de bal vrij kan bewegen, dan heeft men een' sllngef
Ligt ik den bal naar eene zijde wat op, zoodat de
draad gespannen blijft, dan zal, als ik den bal loslaat,
de zwaartekracht hem aanstonds weer naar beneden
trekken. In zijn laagste punt gekomen, zal hij echter
aan de andere zijde weer naar boven gaan, bijna zoo
hoog als men hem eerst heeft opgeligt. "Nog eenige
malen gaat dit voort, de bal slingert, en eerst na ge-
ruimen tijd zal hij stil hangen.
Hoe langer de draad is, hoe langzamer de slinger
heen en weer zal schommelen. Men heeft vele klok-
ken van een' slinger voorzien, die het werk geregeld
aan den gang houdt. —Ge weet nu, dat de klok lang-
zamer zal gaan, als men den slinger langer maakt,
en dat de klok vlugger zal loopen, als de slinger kor-
ter wordt. Daarom schroeft men de slingerschijf wat
op als de klok na gaat, en neer als de klok voor
loopt.