Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
De onevene getallen zijn: 1, 3, 5, 7,9, enz. Dit
weet ge zeker wel. Telt men de twee eerste, de drie
eerste, de vier eerste, de vijf eerste, enz. Ie zamen,
dan verkrijgt men 4, 9, 16, 25, enz. Ziet ge wel,
dat die getallenrij: 1, 4, 9, 16, enz. juist gelijk is
aan 1X1, 2X2, 3X3,4X4, enz.? Ze hee-
ten kwadraat-getallen , en geven de maat aan voor de
snelheid waarmee ligchamen naar beneden vallen.
De eerste seconde doorloopt een ligchaam, dat be-
gint te vallen, 4 el en 9 palm, de 2de seconde 3 maal
4 el en 9 palm, de 3de seconde 5 maal 4 el en 9
palm, de 4de seconde 7 maal 4 el en 9 palm, enz.
Dus doorloopt een ligchaam dat valt in één seconde
4 el en 9 palm, in 2 seconden 4 maal 4 el en 9 palm,
in 4 seconden IG maal 4 el en 9 palm, enz.
Het blijkt dus, dat al wat valt gedurig meer snel-
heid verkrijgt. Misschien verwondert het u, als ik zeg;
alle ligchamen vallen al sneller en sneller, terwijl gij
wel eens gezien hebt dat een veertje of een stukje vloei-
papier zeer langzaam valt, en rook zelfs naar boven
gaat. Maar dat komt, omdat de lucht de voorwerpen
min of meer tegenhoudt. Was hier in de school geene
lucht, dan zouden een kogel en het kleinste stukje
papier in denzelfden tijd van den zolder' op den grond
vallen.
Denk er steeds aan, als ge iets vangt, ^twelk van
eene aanmerkelijke hoogte komt vallen, dat zulk een
3*