Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
den appel wel altijd aantrekt, maar zoodra de steel
dien loslaat, naar beneden doet vallen.
Hoe meer stofdeeltjes een ligchaam bevat, hoe ster-
ker de zwaartekracht er op werkt. Een groote steen
wordt zoodanig door de aarde aangetrokken , dat wij
dien niet dan met moeite van den grond kunnen op-
ligten.
Gooi ik een bal vooruit, dan komt hij niet heel
ver, de aarde trekt hem spoedig naar zich toe. Was
er niets, dat den bal aantrok of tegenhield, dan zou
hij zonder ophouden altijd voortgaan. Want iets, dat
eenmaal in beweging is , blijft zijne beweging behou-
den , zoolang er niet eene oorzaak is, die de bewe-
ging tegenhoudt. Wij hebben dit reeds vroeger op-
gemerkt.
Eene peer eenmaal in de hoogte geworpen , zou al-
tijd voortgaan, zoo de zwaartekracht ze niet weer te-
rug trok. Het is wel opmerkelijk, dat iets, wat men
in de hoogte werpt, al langzamer en langzamer gaat,
dan een oogenblik op dezelfde hoogte blijft, en daar-
na weêr begint te dalen.
Dat dalen gaat gedurig sneller, het is eene versnel-
lende beweging. Onophoudelijk trekt de aarde iets dat
valt aan, en daardoor valt het in elke volgende se-
conde veel meer dan in de voorgaande.