Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
kerliand is ook nu en dan noodig. De mond opent
zich om de spijs op te nemen, en sluit zich daarna
weder, waarvan ons onderste kakebeen zich zoo lang
op en neêr beweegt, tot alles tussclien de kiezen is
fijn gemaakt. Ook de tong is daarbij onophoudelijk j
in beweging. Slikken wij het voedsel door, dan be-
wegen zich de keel en nog andere deelen van het
ligchaam. En hoeveel beweging is er dan nog niet
noodig, eer die spijs in de maag bewerkt is, en eer
het overtollige het ligchaam weder kan verlaten ! Leven
is in beweging zijn. Zoo lang wij leven, stroomt het
bloed door onze aderen , cn dat wel zonder tusschen-
poozen. Als wij slapen, gaat deze bloedsomloop voort.
Zoo is het ook met de ademhaling. Zelfs zonder dat
wij het merken komt er gedurig versche lucht in onze
longen, en de oude wordt uitgeblazen. Zoo blijft er
geen plekja in ons ligchaam, hoe klein ook, waar
niet onophoudelijk beweging is.
Knikkers zijn gedurende het spel in beweging. De
hoepel draait steeds rond. Even zoo de tol. De vlie-
ger stijgt in de lucht op, en valt weer neêr. De
rook trekt naar boven, komt uit den schoorsteen,
en wordt door den wind voortgedreven. Al de rade-
ren van het uurwerk en de wijzers draaijen om eui
cm, de eeue meer vlug, de andere langzamer. Stoot
ik aan de tafel, dan wiegelt kotfij of thee in de
kopjes. Het spinrag wordt door den minsten togt