Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Het zijn de manen. Om sommige planeten wentelen
meer dan eene maaii, Otn onze aarde loopt er maa^
een. Wij kennen haar allen. Dan eens zien wij haar
geheel, dan maar voor een gedeelte. Hoe dat komt,
zal ik u zeggen. De maan krijgt even als de aarde
haar licht van de zon. Zij kan dus maar aan eene
zijde verlicht wezen, de andere zijde is altijd donker.
Is nu die verlichte zijde geheel naar ons toegekeerd,
dan zeggen wij: het is volle maan. Kunnen wij maar
een gedeelte van die verlichte zijde zien, dan spreken
wij van halve maan; het kan dan eerste of laatste
kwartier zijn. Kunnen wij niets van de maan zien ,
omdat zij hare donkere zijde tot ons keert, dan zeggen
wij, dat het nieuwe maan is. Zeven en twintig en
een' halven dag heeft de maan noodig, om hare reis,
om de aarde te volbrengen, maar dan is ze met
betrekking tot de zon twee dagen ten achter, omdat
de aarde intusschen ook vooruit is gegaan. Van nieuwe
maan tot nieuwe maan is dus negen en twintig en een
halve dag.
De maan is omtrent 51000 mijlen van ons af, en
wij zijn van de zon 21 millioen mijlen verwijderd.

Tijdrekening*
De aarde loopt om de zon in den tijd van 365 da-