Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
ren. De wateren zijn met visschen en andere water-
dieren bevolkt, 'sZomers heeft men dikwijls een onop-
houdelijk gegons om zich heen ; het zijn vliegen , mug-
gen, bijen, wespen en andere insecten, die ons om
de ooren zweven.
In de bosschen loopen hazen en andere dieren rond,
en in de duinen treft men menig konijn aan.
De grond, waarop wij wonen, bestaat uit zand, klei,
leem, veen of andere aardsoorten. Ook vindt men
op sommige plaatsen edelgesteenten, goud, zilver, ko-
per, ijzer, lood, tin, zink en nog meer metalen. Ook
steenkolen, lei, bazalt, hardsteen, keijen en andere
soorten van steen, worden uit den grond gegraven
Alles nu, wat bestaat, brengt men tot drie hoofd-
soorten. Men onderscheidt dingen uit het dierenrijk,
dingen uit het plantenrijk en dingen uit het rijk der
delfstoven.
"Wezens, die een eigen leven hebben, voedsel tot
zich nemen, en zich van de eene plaats naar de an-
dere willekeurig kunnen bewegen, noemen wij dieren.
Ook ons ligchaam behoort tot het dierenrijk, maar
wij zijn redelijke wezens, terwijl de beesten redelooze
wezens zijn. Wij kunnen onze gedachten door spre-
ken aan anderen bekend maken, de dieren missen de
spraak. Wij kunnen denken, wij kunnen beoordeelen
wat goed en kwaad is, wij kunnen God dienen en
Hem danken voor al het goede, dat Hij ons dagelijks