Boekgegevens
Titel: Roosje Vlijtig, of Tweede leeslesjes (vervolg op Jan en zijn Zusje)
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Groningen: J. Schierbeek, 1818
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-251
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204246
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Roosje Vlijtig, of Tweede leeslesjes (vervolg op Jan en zijn Zusje)
Vorige scan Volgende scanScanned page
90 Dat men met liet kunstmatig^ lezen eenen aanvr.tig kart
en moet makei< vaii het ooj;enbiik at', waadii het kind begint
tcleztn , is iets, dat iedcr onderwijzer weet: want kunsimatig
le;5cn is niets anders dan natuuylijk\Qz^r\, lezen overecn3;oni-
ftig met het onderwerp, zonder gemaaktheid. De natuur
op haar fclioonjte is hief het model, de kunst behoort tc z^'n
fifdruk ran dc fchoone natuur. Standen en bewegingen des
liachaams, liandgebaar oi gesttculatien, die men niet kan
vcror-derftollen uit het hootd of het hart des kinds zelvcn of
uit eene raczoenelyke opvoeding voorc rc v!oc;jen,en waar-
in het kind derhalve fleclus werkiuiaelijk deelt, zijn in het-
jselve onnatuurlijk^ en dus ook onkunsiwatig. Om goed te
lezen , bchot>rc men , in de ecrlle pKiats, tc verftaan , tc
gevoelen, wat men leest; en dan wijders de flem te laten
j'ijzeu en dalen , uit te zetten of in te houden , naar ver-
eise h van de beteekenis der woorceu en der fcheiteehens;
op de woorden, die met eene andere letter gezet zijn, een'
lijzonderen nadruk te leggen, cn als er eene moeder, va-
der of zoo iemand fpreeki, de fVem een weinig te verande-
ren t zijnde de vragen, waary •\\aarom^ y;aarheen en der-
gelijke , die bij de eerße lezing der lesjes door den onder-
wyzer moeten cedaan worden, beftemd, om aan dezelve
liet voorkomen van eene zanienfpraak tc ^even , en de <lenk-
feeelden der kinderen te ontwikkelen, dat is, hen op tc lei'
den tot denken» GeU)k men, door de wrijvin.ir v.?n twee
ftukken hout op elkander, de inwendige warnnedeeltjes op-
wekt cn ontvonken doet, alzoo wekt men door vragen^
zamenfpreken y fwljfelen cn gedurige herhalingen van de
lexfen, de vonken van leven en nadenken op,waarmede de
ziel des kinds als doorweven is, en trekt die naar buiten,
De moeder praat met haar kindje van zijne geboorte af;
over beuzelingen, ja l maar over heilzame beuzelin^en, die
de kleinen ongemerkt aan her toeluisteren, nadenken eih
Iprcken brengen, en hen met velerlei dingen gemeenzaam
maken. VervoUens voegt zij er nu cn dan eens een woord-
je bij, dat leerzaam is, als het toevallig zoo te pas komt;
geheel ongezocht, als loepasfing op het een of ander voor-
val. Ondenvyzers der jeui^d! volgt hierin óc moeder na,
fpreekt een woordje op zijn pas: want — fuist hierin ligt
het groote geheim yan opvoeding en onderwijs ^ dat men de
dingen weet te pas te brengen y als het tijd is. Dit zija
wnariyk, gelijk de wijste der koningen zeide: ^^ gouden ap-^
felen in zilveren fchalen,"**
verder de narede van het derde en laatfle ßuhje,")