Boekgegevens
Titel: Roosje Vlijtig, of Tweede leeslesjes (vervolg op Jan en zijn Zusje)
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Groningen: J. Schierbeek, 1818
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-251
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204246
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Roosje Vlijtig, of Tweede leeslesjes (vervolg op Jan en zijn Zusje)
Vorige scan Volgende scanScanned page
y.) Dewijl ik hulde doe aan den gang der naniur, en de
daarmede inficmmendc leerwijze^ die men de fynthetifchc
of zamenjitllende^ en tevens de mathcmaüfche of y^iskundi^
^e noemt, welke van een zeker, algemeen erkend beginfel
uitgaat, en langs wel afgemetene trappen, regelmatig, van
het ligtc tot liet zwaardere opklimt; cn in mijn meergemeld
A. B. C. en Spelboek ^ UM^x zijne, voor bet klasfieUe onder-
was be Hemde tabellen^ de enkele letteren^ da een- en twee*
klanken, de -wortels en fiamxjoQrdcn aannemende , als ma*
ter'ie of grondflof van het lezen, was het, naar myn oor-
deel, niet meer dan natiiurluk, in do eerile leeslesjes, de
woorden te rangfchikken onder dezelfde afdeelingen, als
zy daar ter plaatfe voorlcpmeii. Om die reden deelde ilt
het eerjie ftukje af, in lesjes zonder en met zaam.aeftelde
zelfklinkers, en wydde aan de zaamgeftelde medeklinkers^
in dit linkje, insgelijks eene byzondere afdeeling toe. Uit
dien hoofde meende ik, "vvaar de loop der gedachten een
nieergrepig woord vorderde, door de affcheiding yan de let'
iergrepen de zamenfteliing van zulk een woord zoo iii
het oogvallende cn gemakkelijk te moeten maken, als de
aard der zake toeliet, ^len wane echter niet, dat de plaat-
fing van twee, drie en mcerr-repige woorden in de eerile
leeslesjes met mynen grondregel ftrijdig zij: wnnt dit is geens-
zins het geval. Niet het meerdere of mindere getal der let*
tergrepen ^ nir.ar de meerdere of mindere opeenflapeling yan
ffiedcklinkersi waarmede de eengrepige woorden, vóór, ach-
ter, of ter wederzijden van den zelfklinker, fonnijds als
overladen zyn, maakt de woorden voor eerstbeginnenden
ligter of zwaarder; hetwelk ik elders zal uitcenzeiren.
De atrcheiding der lettergrepen heeft ook nog deze nuttig-
heid, dat zy'^de kinderen, die te jong zijn, om uit eene
theoretifche omfchrijvin? voordeel te trekken , door de prak'
iijk^ als het ware voel- en tastbaar maakt, wat eene let-
tergreep zij, en hen er aan gewend de woorden in letter-
grepen af te deelen; eene kundigheid, die bij het lezen un-
asnsbaar is.
8.) De gedurige herhalingen van dezelfde woorden^ in
eenige lesjes van het eerjie Huk je, Hechts vermeerderd met
een hijvocgclijk naamwoord , een werkwoord , lijwoord ,
enz., heeft ten oogmerke, om de kleinen on^evoeli^ op te
leiden tot het maken van den volzin. Als zij eer>t de be-
itanddeelen van dezen bewerkt hebben, zal hun vervolj^ens
het achter elkander lezen van het geheel minder moeijelük
vallen; ja zelfs zal de ontdekking, dat zü die nu zoo ge-
makkelijk kunnen lezen, voor hen eene aangename verras-
fing opleveren, en den onderwijzer in Je gelegenheid bren-
gen, zijnen leerling ^cü prysj« ia geven.
9O