Boekgegevens
Titel: Nieuw brieveboek, voor leerlingen van 8 tot 13 jaar, of Beknopte handleiding tot het vervaardigen van brieven en andere in de zamenleving voorkomende geschriften
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 H 58
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204200
Onderwerp: Communicatiewetenschap: schrijven
Trefwoord: Schrijfvaardigheid, Brieven, Formulieren (administratie), Voorbeelden (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw brieveboek, voor leerlingen van 8 tot 13 jaar, of Beknopte handleiding tot het vervaardigen van brieven en andere in de zamenleving voorkomende geschriften
Vorige scan Volgende scanScanned page
Dat is veel beter. Onlangs heeft een kantoor-
bediende van mijnen vader dat ondervonden. Op
eene aanvraag om zoodanigen bediende, per ad-
vertentie in de Courant, had hij zich schriftelijk
bij mijnen vader daartoe aanbevolen.
Zijn brief was niet alleen fraai geschreven, maar
ook veel beter opgesteld, dan men van eenen
jongeling van zijne jaren kon verwachten. Daarom
besloot mijn vader, hem boven anderen de voor-
keur te geven.
Hij kwam dus op ons kantoor. Maar hoe zeer
viel het toen af! Hij kon geen' gemakkelijken brief
stellen. Alleen voor copijëren was hij geschikt.
Op die wijze kon mijn vader zoo weinig dienst
van hem hebben, dat hij genoodzaakt was, hem
na drie maanden weg te zenden, en eenen ande-
ren te nemen.
Weet gij hoe dit kwam. Hij had eenen brief
uit dat boek afgeschreven. Vader zeide, toen hij
dit bekende, half spottend: „gij moest dien dan
ook maar döor iemand anders hebben laten schrij-
ven, als men zoo met eens anders vederen mag
pronken. Maar zulk bedrog komt meestal nadeelig
voor den bedrieger zeiven uit."
Dat ik, al wildet gij mij zulk een boek ten
geschenke aanbieden, het nu toch niet zou willen
gebruiken, dit zult gij gewis gelooven.
Liever wil ik mijn best doen, om zelf allerlei
brieven te kunnen stellen. Maar in dat opzigt heb
ik niet zulk eene goede gelegenheid als gij: want