Boekgegevens
Titel: Nieuw brieveboek, voor leerlingen van 8 tot 13 jaar, of Beknopte handleiding tot het vervaardigen van brieven en andere in de zamenleving voorkomende geschriften
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 H 58
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204200
Onderwerp: Communicatiewetenschap: schrijven
Trefwoord: Schrijfvaardigheid, Brieven, Formulieren (administratie), Voorbeelden (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw brieveboek, voor leerlingen van 8 tot 13 jaar, of Beknopte handleiding tot het vervaardigen van brieven en andere in de zamenleving voorkomende geschriften
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Bij meer gemeenzame brieven verwaarloost men
niet alleen dien afstand, maar men schrijft terstond
achter die aanspraak, hetgeen er moet volgen,
zonder eenen nieuwen regel daartoe te nemen.
Dit laatste mag alleen bij groote vertrouwelijk-
en gemeenzaamheid.
Daarom begint men meestal met eenen nieuwen
regel, op tamelijken afstand, ten minste half zoo
groot, als die tusschen den datum en de aanspraak.
Bij elke nieuwe periode moet de eerste regel
verder van den linkerkant begonnen worden.
Over het geheel laat men buitendien aan den
linkerkant eene strook van twee a drie vinger-
breedte open. Men schrijft niet zeer digt aan de
regterzijde, en even min aan den onderkant.
Heeft men dun papier, dat veel doorblinkt,
dan schrijft men de regels ter halverwege van die
der vorige bladzijde.
Is de brief geëindigd, dan komt het zoogenoemde
slot er onder, waarbij men in zeer deftige brieven
de aanspraak nog eens herhaalt.
Heeft men fouten gemaakt, of iets vergeten,
dan mag men niets doorhalen, tusschenvoegen of
in een zoogenoemd naschrift of postscriptum laten
volgen. De welvoegelijkheid eischt, dat men in
zulke gevallen den brief overschrijve.
De brief moet net en duidelijk geschreven zijn,
en volkomen vrij van vlekken en gebreken.
Voorheen bezigde men UEd., üWEd., UWEd.