Boekgegevens
Titel: Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: P.R. Otto, ca. 1850 *
53e dr; 1e dr.: Amsterdam, Brave 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-109\3)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204175
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 18 ) •
hun leven roekloos wagen,
„ Zullen 't zich te laat beklagen."
Doch KOENRAAD (toordc zich niet daar-
aan.
Eens, naar oude gewoonte, tegen de
brug oploopende, deed hij eenen flap te ver.
Nu ftortte hij voorover, en viel. Waar viel
hij? juist op de fteê, waar de klap moest
neêrkomen. Naauwclijks lag hij daar, of de
zware klap — huil wie zou er niet van
beven! — of de zware klap , zeg ik, viel op
hem neêr. En boe het den armen jongen
ging, is ligt te denken, hij bleef op de
plaats dood. Toen men hem uitgekleed had,
bevond men, dat hem alle ribben in het lijf
gebroken waren.
O, lieve kinderen ! laat ons toch nooit
doen wat vader en moeder ons afraden.
hendrik.
15. HOE HEET MEN ZULKE
MEISJES?
Kent gij lotje wel, kinderen ? 01 dat is
een wonderlijk meisje. Het is anders een liet
kind}