Boekgegevens
Titel: Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: P.R. Otto, ca. 1850 *
53e dr; 1e dr.: Amsterdam, Brave 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-109\3)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204175
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 12 ) •
beter wilde. Nu werd zij eiken dag beknord,
en altoos is zl] eene Hechte Ichrijffter gebleven.
Zoo bedroog grietje zich zelve.
__betje.
8. DE BEDRIEGER BEDROGEN.
Eveneens ging het avillem. Als hij in
fchool versjes moest opzeggen , legde hij zij-
nen hoed voor zich op tafel, en de versjes,
die hij moest opzeggen, in den hoed. Wanneer
hij dan versjes moest opzeggen , keek hij ge-
durig in den hoed, en zoo kende hij zijne
versjes altijd veel beter, dan een van ons allen.
Meester zag het wel; maar meester hield
zich alsof hij het niet zag.
Maar Mijnheer willem werd mooi be-
drogen !
Eens kwam er een Heer in de fchool. Toen
zeide meester: „ Daar heb ik ginder een jongen
„zitten, die versjeskan opzeggen, zoo mooi
„ als gij het nog nooit hebt gehoord. — Kom
„eens hier, willem 1" vervolgde de meester.
Nu moest willem bij meester komen. —
OI gij moest eens gezien hebben, hoe be-
droefd hij naar zijnen hoed keek. Maar hij durfde
hem toch niet medenemen.
„Kom, WILLEM 1" zeide meester daarop ,
„ laat