Boekgegevens
Titel: Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: P.R. Otto, ca. 1850 *
53e dr; 1e dr.: Amsterdam, Brave 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-109\3)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204175
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 8 ) •
4. FOEI/MEISJE! EET GIJ
KOFFIJDIK?
Roosje was een allerliefst kind. Even als
HERMAN, werd zij bemind van ieder die haar
zag; virant zij was enkel vreugde en vriende-
lijkheid. Zij heette roosje , en zij geleek ook
net een roosje, zoo bloeijend zag zij er uit.
Maar op eens werd het lieve, vrolijke meisje
Uil en verdrietig. Hare helder blaauwe oogjes
werden donker en ftuursch, hare roode wan-
gen al bleeker en bleeker, hare ronde poezele
armpjes slap en dun. Zij kreeg eene kleur als
een laken zoo wit. Zoo vrolijk zij voor-
heen was, zoo naar is zij nu. Hare vlug-
heid is veranderd in traag-heid, hare welte-
vredenheid in knorrigheid; knorrende begint
zij den dag, knorrende gaat zij naar bed.
Behoef ik u wel te zeggen, kindertjes!
dat ROOSJE een heel ellendig leven heeft?
En dit lieve meisje, weet gij wel, mijne
liefjes! hoe zij zoo leelijk en naar geworden
is? Zij eet — koffijdik! Bovendien, altpos
heeft zij koïïijboonen in den zak, die zij
eerst hare moeder ontfteelt en dan in ftilte
opknabbelt.
Foei,
IL