Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
V. De schepen strandden op gindsche rif (mv.); wij hoorden de
noodschot, doch konden de ongelukkig schepelingen niet te hulp
komen. Door twee schot delen wij de zaal af. Hoeveel spel ston-
den erop de markt, toen 't kermis was? Hoeveel hoefsmid wonen
te dezer stad? De kok braden de vleesch aan braadspit. In de
gelid des vijands richtte 't moordadig schroot veel verwoesting uit.
De engel God waken over de broze stervelingen. Wij allen hebben
Bataafs bloed in de ader. Geleerde monnik schreven de handschriften
der klassiek over.
VI. De ei der kievit zijn een uitgezochte lekkernij. De notaris
van Nederland zijn tot eene broederschap verenigd. De bloesem
der bomen vallen spoedig af. De winkelier ontvangen hunne waar
van groothandelaar en grossier. Zelfs grijzaard werden door He-
lena schoonheid getroffen. De Spanjaard noemde men ook Span-
jolen. De wereld -heeft veel beroemde bestaard opgeleverd. Deze
lage veinsaard hebben ons bedrogen. Heden ochtend waren er
veel man in de kerk. De man, zeggen de vrouwen, zijn niet te
vertrouwen. Demoedig heb ik mijn ouderen mijn schuld be-
leden.
VII. Onze tuinier verwaarloozen den tuin. Bruidegom en bruid
dromen van 't geluk des huwlijkslevens. De vaandrig onzes legers
hebben zich dapper gekweten. Ons roeren de zoete lied der nach-
tegaal. Janmaat deelt met zijn maat tot zijn laatste borrel,
't Stelsel onzer maat en gewicht is veel verbeterd. Deze rijke
vekooper kost dertien koe en veertien stuk os. Dit net schrijfboek
kost tien cent. Dit vaartuig voert vijftig stuk geschut. Mijne
oom bederven hun zoon in den grond. De matroos zitten
op de ra's. De merrie grazen in de weide. De aarde is van
levende wezens vervuld, 't Is zalig op zijn lauwer te rus-
ten. Hevige storm en stortzee teisterden 't ontredde vaartuig.
VIII. De wonder der schepping vervullen ons met ontzag voor
de Schepper. Een man van edele beginsel verwerft zich aller