Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
154. Zelfs 't valsche kattegeslacht geeft hare jongen een liefd-
rijke opvoeding.
155. Leeuwebekken en hanekammen behooren tot 't bloemen-
geslacht; met den naam van stierekop en haneveer benoemt meii
enkele menschen; bereklauwen en leeuwekoppen zijn niet altijd
leden van berejongen en leeuwewelpen, maar worden ook door
ons menschenkinderen vervaardigd. Welke dienst doen zij?
156. 't Hanegeschrei van dezen vroegtijdigen haan deed 't ha-
nengeschrei der gezamentlijke hanen onzer buurt ontwaken en
hinderde mij zoo zeer, dat ik geen oog meer geloken heb en mij
naar Sybaris verwenschte.
157. Daar hij een hevigen dorst had, laafde ik hem met eenige
glazen roode wijn (Kern § 100, 3 A); toen hij daarop zeide bran-
dende honger te voelen, zette ik hem een stuk schapevleesch
voor; hij verslond 't met een snelheid, die mij elk oogenblik
meer verbaast. Toch zeide hij dat in Engeland 't schapevleesch
veel malscher en smaakvoller was, dan hier te lande. Dit belette
hem evenwel niet er twee ponden van te nuttigen, waarnaar
hij zich uitstrekte en den slaap des rechtvaardigen inging. Een
fraai gast voorwaar!
158. De koning gaf zijn ongenoegen kond, dat zijn bevelen
niet stiptelijk waren gehoorzaamd. De onderdanen gaven hun
misnoegen te kennen, dat zij zulke bevelen ontvangen hadden.
De overheid verkondigde daarop in 's vorsten naam, eiken on-
willige te zullen laten opknopen. Eenige waagden 't zich te
verzetten. Doch dit diende tot hun verderf.
159. In dezen hof vindt men peeren-, appelen-, aprikozcn-,
kastanjen- en oranjenboomen. In genen zelfs vijgen-, perzikken-
en druiven-boomen (T. W. 550).
160. Na 't voornemen tot zijne euveldaad te hebben opgevat,
liep hij langen tijd met den toeleg daartoe rond; zijn aanslag
mislukte.