Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
rvi
58
ik mij uit, der mate verheug in 't vooruit zicht haar voor goed
te zullen verlaten.
5. Gewapender hand trachte de vijand de stad in te nemen;
gelukkiger wijze werd de aanslag ontdekt en hielden hen de
wakkere wachters tegen. Langzamer hand groeide de schare der
verdedigers aan en noodzaakte de aanvallers onverrichter 'zake
in allerijl terug te trekken, zelfs de gekwetsten moesten zij ach-
ter laten, of zich aan 't gevaar bloot stellen gevangen genomen
en niet voor den vrede vrij gelaten te worden.
6. Uwe schuld zal ik u kwijt schelden en mij op eene andere
wijze schadeloos stellen voor 't ondergane verlies.
7. De godheid stellen wij ons voor als volmaakt, al goed, al
wijs, alziend, al wetend, al vermogend, al machtig.
8. Welzalig hun, die volmaakt zijn!
9. Men twijfelt of zoo iets wel zal plaats grijpen.
10. Zij vestigde hare donker blaauwe oogen op 't lichtgeele
perkament, 't welk met donker roode letteren beschreven was.
11. De leerlinge geve de titels op van 1. jonkheer , 2. graaf,
8. lid van den gemeenteraad, 4. doctor, 5. hoogleeraar, 6. pre-
dikant.
12. Na een afwezigheid van twee jaar betrad ik weder den
vaderlandschen bodem. Mijn vrienden en verwanten hadden niet
durven te hopen mij zullen terug zullen zien: veel eer meenden
ze, dat ik öf niet meer bij de levende verkeerde of veel eer zoude
teruggekeerd zijn. Hoezeer ik mij uit der mate verheugde, dat
ik hen allen weder aan mijn hart mog drukken, zoo mistte ik
toch één onder hun ; mijn oude vriend X, met dien ik zooveel
vreugden en leeden had doorgebracht. Hoe zeer 't mij deed zijn
dood te vernemen, laat zich eerder gevoelen dan beschrijven.
Eond uitgesproken, al mijn vrienden waren mij te zamen geno-
men niet zoolief, als hij alleen!
13. Voor in onzen tuin bevindt zich eenen vijver ; midden in