Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
tijd nogmaals terug, waar geen twijfel ons vertrouwen schokte,
geen kennis ons geloof aan 't wankelen bragt. O, had de mensch
nimmer aan den boom der kennis geplukt, het ware hem beter
gegaan in de wereld. God geve, dat 't ongeloof spoedig ver-
dwijne van de aarde en 't eenmaal moge zijn ééne kudde onder
ééne herder. Ik hoop dat die tijd spoedig daar zij '). Ik begeer,
ik wensch, ik verlang niets anders dan 't mijne ook daartoe bij te
brengen. Ik verzoek, ik bid, ik smeek U allen dat ge daartoe
ijverig medewerket. Draagt zorg en wankt, dat ons heiligste goed
niet te loor ga. De Heer beveelt, dat ieder daartoe al zijne krach-
ten inspant en ik vraag wie Uwer vermetel zij zijn heiligen wil
te weerstreven? ivie 't wagen hem te trotseren ? O moge hij, die
dat durve te onderwinden, nog bij tijds van den dwaalwegterug-
keeren, eer 'i telaat zij en voor de toorn des Heeren hem straffe.
Wachtte hij niet, totdat de ure aanbreke, waarin allen teregt
staan, de deugdzamen beloond, de ondeugden gestraft zullen
worden 1
Vervolg.
(Kern § 111 — § 117.)
1. Zijne slinker oogmerken verriedden zich en het liet zich
met eenig nadenken gemakkelijk bevroeden, wat hij in zijn schild
voerde. De schade, die wij reeds door hem geleden hadden,
liet zich weldra vergoeden; onze toestand verbeterde zich spoe-
dig en er viel niets meer te klagen, 't Laat zich niet zeggen,
hoe gelukkig wij ons gevoelden van met dien elendeling gebro-
ken te hebben, 't Laat zich niet beschrijven, hoe verplicht wij
ons gevoelden na van hem ontslagen te zijn. Vooral prijzings
waardig was 't gedrag van onzen boekhouder, die ons onze taak
zoo spoedig als mogelijk (Kern § 137) ten einde toe holp te vol
1) De leerling geve de drie vormen op.