Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
ners kiel te halen, eene straf zoo vreed, dat er de hoofden soms
bij te loor gingen en zonder die de patienten naar boven werden
opgeheschen. Deze straf hoorde weleer te hnis bij den tijd, waar
men er nog aan dacht hoosdadigers in fleren te deelen, of rad-
brekend , ja martelend te werk ging, maar niet bij onze op mens-
lievendheid en voornitgangstreven te recht stoffende negentien-
de eenw.
26. De leden der maatschappij tot bevordering van kunstma-
tige bemisting worden berigt, dat de Heeren Bestuurders van
regeringswege is verboden, geene vergaderingen meer te beliggen
daar na daartoe aangevraagd en bekomen verlof.
27. Als ik gelast word vuur te geven (sprak de soldaat) geef
ik vuur onverschillig van wien ik raak. Worden toch de cheffen
niet strikt gehoorzaamt en opgevolgd, waar blijft dan discipline?
Thans ben ik gekommandeerd maar elk van wie ik genaderd word,
en voorbijgaat, zonder behoorlijk wachtwoord neer te vellen , voor
't geval hij trots mijn waarschuwing passeren wil. 't Zij gij voor
of tegen pruttelet, gij zult niet dan als lijk uwen weg vervolgen.
Ik doe slechts de bevelen mijner hoogere gehoorzamen. Wat
doet gij mij te noodzaken u geweld aan te doen ? — De reiziger
was genoopt met zijn reis te staken en wachtte tot men (Kern
§ 186) de schildwacht had afgeloscht en hij den wachtmeester
zijn hoogen rang kon openbaren. Immers 't bleek toen dat de
gewaande vreemdeling niemand anders was dan den Czaar in eigen
persoon. De soldaat omhelsde zijne kniën en bad genade voor
zijne stoutheid. Doch in plaats hem te straffen (Kern § 113. III),
loofde hij hem zeer voor zijne dienstplichtigheid en bevorderde
hem tot den officiersrang.
28. Aireede piepjong gaf ik mijne ouders blijken viel geschikt-
heid te hebben voor den toonkunst; 't dunkte haar dus goed
mij van eerste meesters les te doen nemen, die onze stad opbracht.
Dientegevolge ben ik nu in de muziek zeer ver en bedreven.