Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
berisping af te schepen, daar hij gevoeliger is voor zachte woor-
den dan'banger voor strengste straf. Zijn jonger broer gelijkt hem
nog in deugden nog in verstand. Deze is een oprechte wildeman»
sprinkt stoelen , tafelen, ja alles omver en kan niet dan door strengste
behandeling tot zijn plicht gevoerd worden. Laast ontmoete ik zijne
makkeren op straat en was reeds blijde dat mijn zoon de hunne
niet was; want haar gezeldschap is hem erg verderverlijk; maar
thuis gekomen, vond ik allen in roer en rep; zoo onbehoorlijk had
hij weer huisgehouden ! Daarvoor heb ik hem eenige dagen 't huis
doen houden.
23. Deze man verdient veel geld met buik te spreken, doch
hem geld 't Spreekwoord zo gewonnen zo geronnen; want hij
kroegloopt en verteert zoo wat hij wint tot zijn laatsten penning.
Hij is een zeer rare snaak en op zijn manier een genie. Vroeger
danste hij koord en had qua talis zoovelen naam, dat allen samen-
vloeiden hem toe te schouwen. Ja zelfs hieuw hij eens een twee-
gevecht op de slappe koord; doch zulk liep rampzalig af; zijn
collega brak den hals, hij het sleutelbeen. Sinds lag hij zich als
buikspreker toe en is zoodanig bepaaldelijk berucht. Doch zijn
onoverlegsaamheid en nuttelooze verkwistenszucht zullen hem eens
nog op een stroobondeltje den dood doen sterven. ■
24. Gedurende mijn uitstapje te Wiesbaden heb ik ook de alom
en wijd vermaarde speelzaal bijgewoond. De Speeltafel schitterde
door 't saamgehoopte goud. Aldaar werden duizende verloren en
gewonnen in een spanne tijds. Ik zag, tot voorbeeld, een Engelsman,
die de fortuin biezonder naliep. Waar 't gevolg van was, dat hij
hoe langs hoe meer stouter geworden zijnde, op één nommer ge-
heel zijn (Kern § 141) vermogen wagende, alles verloor, 't Opvol-
gend oogenblik was er een lijk in de zaal. Een onverhoedsch
pistoolschot maakte hem voor aller oog van kant.
25. 't Hoort tot de zeer ten hemel te verheffene maaregele, dat
men over eenige jaren bij onze mariene heeft afgeschaft misdoe-