Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page

lil •
.1!
u
ten. Toen de hond—wijsgeer Uiogenes op kla:irlicht dag de markt
van Athene a/liep, en hij door eenige nieuwsgierige burger ge-
vraagd werd, wat iij zocht, riep hij op spot— toon: Atheners,
ik zoek raenschen. — Gods woord is waar—. Ik ben te London
woon—. Wij bewonderen 't man— gedrag dezer krijgers. De
ridders stelden zich de verdediging van eer— vrouwen bijzonder—
en van zwakke en verdrukt gemeen— ten iloel. 't Water is een
vloei— element. Men schildert den duivel afzicht— af. Een onaf-
zien— rij van koetsen volgden 't lijk. Jantje heeft zijn Zondaagsche
kleertjes bedorven.
II. De onfeil— uitspraken dezer propheten zijn verwezenlijkt.
De vijand maakt al wat man— was af. Men legt al wat on-
bruik— ter zijde. Wat hij verhaalt is waar— een zeld— geval,
maar toch denk—. Voor leering onvat— knapen worden gemin-
acht. Deze voor wetenschap vat— jongeling wordt zeer bemind.
Luister aandacht— toe! Wij betalen bok— mcnsehen met gelijken
munt. 't Heelal is met levend— schepsels vervuld. Zijne zusters
zijn levend— schepseltjes. Leerlingen zijn dikwijls nalaat—. Hoe
begeer— vlamt 't oog des tijgers naar buit! Dit is een beval—,
doch ietwat schroomval— meisje.
III. 't Zang— vooglenheer doet bos en beemd weergalmen.
Daar ik mij laastleden Dinsdag wat beef— en slaap— voelde,
stuurde ik om den docter. Desa is een —gewoon bekwaam man;
wel wat ou— en ziek—, doch helder van geest en ijver— in zijn
'p\\c\ii%vermlling. Hij kwam en schreef mij een rijk— dosis voor
van zeker groen— vocht, dat mij naar zijn zeggen daadlijk hel-
pen zou. Werk— gevoelde ik mij terstond na 't innemen beter.
Dank zij die heil— medicijn, was ik toen weer in staat mijn be-
roepsbezigheden weder op te vatten.
IV. Achter— leerlingen moeten zich fiks aangrijpen.
Deze menschenvriend heeft een week— hart, dat gevoel— klopt
voor 't lijden van zijn nevenmensch.