Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-78 De bloem.
men, die doorgroeien d. w. z. nit haar midden of een
bloem of zelfs een tak met bloemen ontwikkelen. In
onze fig. 86 wordt een bloempje van een AVeegbree voor-
gesteld, de vruchtbladen vr zijn gescheiden en daarboven
bevinden zich tal van bloempjes die in hoofdzaak met
de primaire overeenkomen. Ook zijn er gevallen waarin
de deelen van den stamper als bloembladen optreden,
daar de meeldraden dit dan ook doen, krijgt men zoo-
genaamde gevulde of dubbele bloemen. In 't algemeen
gezegd, kunnen de verschillende kransen elkanders eigen-
schappen overnemen, d. w. z. kunnen meeldraden tot
bloembladen en omgekeerd bloembladen tot meeldraden,
en vruchtbladen tot meeldraden worden. Vooral met de
verandering tot bloembladen (petalodlej doet de bloem-
kweeker zijn voordeel.
Eénbladige (enkelvoudige) vruchtbeginsels bezitten de
Boterbloem, Thalictrum, Nieskruid, Hepatica, Erwt,
Kers. Meerbladige (samengestelde): a) éénhokkige: Vi-
ooltje b) onvolkomen meerhokkig: Klaproos, c) meer-
hokkig: Tulp, Aardappel, Heideplant, Appel, Waterlelie.
Bij het onderzoek der Boterbloem en meer andere plan-
ten zal men bemerken dat in één bloem talrijke enkel-
voudige stampers bij elkaar kunnen voorkomen maar
dat het aantal samengestelde stampers in een bloem
nooit grooter dan één is.
De zaadknoppen. Gelijk straks werd opgemerkt,
verbergt het vruchtbeginsel de zaadknoppen, kleine rond-
achtige lichaampjes (fig. 83 e) van meestal witte kleur,
de aan de zaadlijst of zaadlijsten zijn vastgehecht door
middel van een kort steeltje, de navelstreng. Aan de
oppervlakte van den zaadknop bevindt zich een kleine
opening — het poortje. Dit poortje stelt het inwendige