Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
to
waarin b. v. 3 pariëtale zaadlijsten voorkomen, kan men
onmogelijk uit 8 enkelvoudige stampers vormen. Men
zou dit alleen kunnen doen, wanneer men ieder dezer
stampers langs den buiknaad (de plaats der zaadlijst)
openspleet. Bij die bewerking zouden de zaadknoppen,
ook waar zij schijnbaar op ééne rij wai'en geplaatst, ovei'
de beide randen gelijkelijk verdeeld worden, waaruit
blijkt dat de zaadlijst eigenlijk dubbel is. Men stelt zich
nu voor dat alle stampers uit 1 of meer zulke deelen
zijn opgebouwd, als de splitsing van een enkelvoudigen
maar volledigen stamper ons levert. En omdat dit deel
op den bloembodem voorkomt te zamen met de bloem-
bekleedselen en meeldraden, wier bladnatuur ontwijfelbaar
is, kent men het de waarde van een blad toe en noemt
jnen het vruchtblad. Enkelvoudige stampers noemt
men daarom ook wel éénbladige., en samengestelde meer-
bladige stampers.
Is het vruchtbeginsel enkelvoudig (fig. 83 Vlil),
dan zijn volgens de genoemde voorstelling de beide ran-
den van het eenige vruchtblad tegen elkaar gelegen en
vergroeid (e). Hier nu bevindt zich de dikwijls uitwendig
zichtbare groeve of naad. De verdikte lijst, die door de
vereeniging der randen ontstaat, noemt men zaadlijst,
wijl daaraan de toekomstige zaden of zaadknoppen zijn
bevestigd. Een enkelvoudig vruchtbeginsel heeft dus
één zaadlijst.
Is het vruchtbeginsel samengesteld (b.v. drie-
bladig zooals in fig. 83 lY) dan zijn de vruchtbladen
onderling met de randen verbonden (dus de eene rand
van het links gelegene sluit tegen dien van een daar-
naast liggend vruchtblad). De gezamenlijke vruchtbladen
omsluiten nu ook maar ééne holte, maar aan de opper-